Plus tweeëndertig | FURIOS Online
FURIOS wünscht Euch schöne Semesterferien! Aktuelles rund um die FU gibt es hier wieder ab dem 13. Oktober.
Bis dahin viel Spaß mit unseren wöchentlichen Ferienserien FURIOS auf Reisen und Berlins Bibliotheken im Test!

Plus tweeëndertig

Yulian begegnet Antwerpen. Die ungewöhnliche Geschichte eines FU-Studenten auf der Suche nach Glück in zweiunddreißig Atemzügen. Yulian Ide.

“Schönes Leben gesucht”: Niederlandistik-Student Yulian versucht, die Antwerpener für sich zu gewinnen.

Hij was al tweeëndertig dagen in Antwerpen toen hij besloot gelukkiger te moeten worden. Net te weinig om zich ‚Sinjoor‘ te kunnen noemen, maar zeker te veel om zomaar weer terug naar zijn thuisstad te gaan. Dit verhaal begint heel triestig, maar dat is meestal zo. Toen hij in de stad aan de Schelde aankwam, bleek de start van zijn nieuwe leven iets moeilijker dan hij had verwacht. In zijn thuisstad had hij al kraakpanden bezocht die luxueuzer waren ingericht dan zijn woning in Antwerpen. Sommige vrienden lieten niets van zich horen, ook al had hij zich de hele tijd op hen verheugd. Het waren er tweeëndertig. Hij was niet eenzaam, alleen iets minder gelukkig dan thuis. Een job vinden was moeilijker dan gedacht. Het regende en was niet bijzonder warm. Zijn leven was een dubbele nul op een schaal van geluk van één tot tien.

Hij was een persoon die niet hield van de moeilijke dingen. Het liefst deed hij alles op de makkelijkste en plezantste manier. Zo gebeurde het dat hij op een vrijdagnacht meerdere honderden affiches in de hele stad ophing. „Mooi leven gezocht“ stond er in koeien van letters op. Ietsje overdreven misschien. Zijn affiches waren zwart-wit en heel simpel, ze hadden ook een amateurtoneelstuk of een smakeloos feestje kunnen aankondigen. Ook zijn eigen foto was zwart- wit. Hij hoopte met een glimlach Antwerpse harten te kunnen stelen. Onderaan stond zijn gsm- nummer. Tweeëndertig affiches nam hij weer mee naar huis.
Amper een halve dag later, hij sliep nog diep en vast, kwamen de eerste berichtjes binnen. Studenten die met hem iets wilden gaan drinken. Een oude vrouw die een nieuwe kleinzoon nodig had. Een jongen die op zoek was naar een vrijpartij. De Antwerpse regionale tv-zender belde hem op en maakte van hem een symbool van eenzaamheid. Een monotone vrouwenstem becommentarieerde zijn lot. De uitzending duurde tweeëndertig seconden.

Er verschenen artikels in kranten over hem en hij kreeg ongekend veel respons op zijn zwart-witte affiches. Had hij ooit zijn karakter mogen kiezen, dan was hij graag een van die stille waters met diepe grond geweest. Jammer genoeg kwam hij altijd in het midden van de belangstelling terecht en was hij allesbehalve ondoorgrondelijk. Nu dus ook. Iedereen wist hoe hij was. Cool vonden ze hem. „En wat een lef had hij.“ Hij kreeg tweeëndertig berichtjes en tweeëndertig telefoontjes. Antwerpenaren zijn een elegant volk, dat wist hij. Alles wat ze doen, doen ze op een deftige manier. De glazen waarin een koffie verkeerd wordt geserveerd, zijn hier mooier. Er ligt altijd een reepje chocolade bij. Iedereen is mooi gekleed, niemand schreeuwt of misdraagt zich. Als begroeting krijg je een nietszeggende kus op de wang. Door de rest van Vlaanderen worden ze als arrogant en onbereikbaar beschouwd. Antwerpenaren noemen hun stad “’t Stad” – alsof er geen andere bestond. Ze zijn trots op hun heden en verleden. En toch wilden ze hem daar deel van laten zijn. Blijkbaar had hij harten kunnen stelen.

De verkoopster in de tweedehandswinkel herkende hem en gaf hem extra korting op zijn aankopen, de vrouw in de bibliotheek vroeg of zijn leven nu wat mooier was geworden. „Tweeëndertig keer zo mooi“, antwoordde hij een beetje verdwaasd. Op feestjes moest hij zich niet meer voorstellen, zijn naam was al bekend. De dj wuifde hem toe ter begroeting. Hij vertelde zijn verhaal – keer op keer – en was het bijna al een beetje beu om het tweeëndertig keer te herhalen.

Intussen was de bewuste vrijdagnacht al een tijdje achter de rug en besefte hij dat het redelijk makkelijk was van een dubbele nul een plus te maken. Net als veel verhalen daarvoor, zal dus ook dit verhaal gelukkig eindigen. Een mooie woning had hij ondertussen gevonden, hij lag in zijn bed. Geen volk of gedoe, gewoon eventjes alleen. Het was weer een vrijdagnacht. Op de achtergrond weerklonk zachtjes een liedje in zijn moedertaal. Zijn gsm rinkelde, het was een uitnodiging voor het hipste feestje van de stad: „Je staat op de gastenlijst. Plus tweeëndertig.“

Kommentar verfassen

Diese Website verwendet Akismet, um Spam zu reduzieren. Erfahre mehr darüber, wie deine Kommentardaten verarbeitet werden.